Roy wil dat ik stop!
- Joost Oosterwijk
- 7 minuten geleden
- 3 minuten om te lezen
Gisteren plaatste ik mijn eerste post op LinkedIn. Niet zomaar een post. Een aankondiging dat ik ga schrijven over werk, over ADHD, en over waarom ik geen baan heb terwijl ik al van alles heb gedaan. Ongefilterd, in mijn toon, zonder te doen alsof mijn cv er glad uitziet.
Dat kostte me wat.
Meteen nadat ik op post had gedrukt, was hij er. Roy. "Joost, jongen, wat heb je nu in godsnaam gedaan? Wat bezielt je om aan de hele wereld te vertellen wat je hebt? Dat is ongelooflijk dom van je, sukkel!"
Dat is letterlijk wat er in mijn hoofd gebeurde.
Even uitleggen wie Roy is
De naam komt uit Primal Fear, een film uit 1996. Edward Norton speelt Aaron Stampler, een jongen die beschuldigd wordt van moord op een aartsbisschop die hem jarenlang heeft misbruikt. Richard Gere is zijn advocaat. Gaandeweg de film komt eruit dat Aaron een tweede persoonlijkheid heeft. Die heet Roy. Roy is agressief, berekenend, beschermend. Roy doet wat Aaron niet durft.
Ik ben Joost en ik heb geen gespleten persoonlijkheid. Dat is niet waar dit over gaat. Maar in mijn jaren van uitzoeken hoe mijn brein werkt, ben ik tegen een patroon aangelopen dat ik niet goed kon benoemen. Dus heb ik er een naam aan gegeven. Dat maakt het bespreekbaar, voor mezelf en voor anderen. Roy is het deel van mij dat me probeert te beschermen door me klein te houden. Kritisch, dominant, altijd aan. Joost is wie ik ben als Roy een stap terug doet.
Heel lang had Roy het voor het zeggen. Niet een beetje. Het grootste deel van mijn leven. Studievereniging niet durven. Open dag in Eindhoven laten schieten. Sollicitaties niet doen. Allemaal Roy. En elke keer had ik een rationele verklaring voor mezelf: ik kende de stad al, ik had het druk, het paste niet. Maar dat was niet wat er echt speelde.
Wat er speelde is dat Roy mij wilde behoeden voor afwijzing, gezichtsverlies, oordeel. En zijn manier om dat te doen is simpel: niks doen wat spannend is. Niet opvallen. Zorgen dat niemand iets over je kan zeggen wat pijn doet.
Het probleem is alleen: dan gebeurt er ook niks
Toen ik op mijn 45e de diagnose ADHD kreeg, begon er iets te kantelen. Niet meteen. Ik heb het de eerste jaren links laten liggen. Maar de laatste twee jaar ben ik er echt in gedoken. Wat is het, hoe werkt het, wat doet het met mij. Door dat te snappen kon ik ook Roy beter plaatsen. Hij is niet mijn vijand. Hij is een beschermingsmechanisme dat bij mijn brein hoort. Maar hij is wel uit zijn rol gegroeid. Hij beschermt me tegen dingen waar ik helemaal niet meer tegen beschermd hoef te worden.
En hier komt het waar het deze week om draait
Weten dat het zo werkt is één. Er naar handelen is een ander ding.
Ik weet al jaren dat Roy te veel ruimte krijgt. Ik kan het uittekenen, ik kan het uitleggen, ik heb het honderd keer besproken. Voor mijn omgeving is het geen nieuws dat ik ADHD heb. Geen onthulling. Maar het wereldkundig maken, in mijn eigen toon, op een plek als LinkedIn waar iedereen zijn beste kant laat zien, dat is iets anders.
Dat is Roy negeren op het moment dat hij het hardst schreeuwt.
Wat gek is: ik merk dat ik er rustig van word. Niet meteen, want eerst kwam die stem. Maar daarna. Omdat ik dit keer niet heb geluisterd. Omdat ik voor het eerst in lange tijd doe wat ik zeg dat ik ga doen.
Dat is nieuw voor mij.
En dat is precies waarom ik hier schrijf. Niet om sociaal wenselijke content te produceren. Niet om Roy tevreden te stellen. Ik schrijf waar ik nu zin in heb en wat er nu speelt. Vandaag gaat het over Roy. Volgende week over iets anders.
Als je dit leest en denkt: ik herken dit, laat het weten. Als je het leest en denkt: wat een rare gozer, ook prima.
Roy vindt dit nog steeds niks. Maar hij zit niet meer op de bestuurdersstoel. Joost Oosterwijk
