Bijna de helft
- Joost Oosterwijk

- 13 mei
- 3 minuten om te lezen
Een Franse studie, gepubliceerd in 2024. 201 volwassenen die op latere leeftijd de diagnose ADHD kregen. 47 procent noemde het diagnosetraject moeilijk tot zeer moeilijk. Gemiddelde leeftijd: 35,7 jaar.
Bijna de helft. Laat dat even zakken.
Dat is geen marge. Dat is geen uitzondering. Dat is bijna één op de twee volwassenen die jaren bezig zijn geweest om een naam te vinden voor iets wat ze al hun hele leven met zich meedragen.
Ik kreeg mijn diagnose op mijn 45e. Tot die tijd was er een verklaring voor alles wat niet lukte, en die verklaring was steeds dezelfde: ik. Ik was lui. Ik had de hersens er wel voor, maar ik gebruikte ze niet. Ik begon dingen wel maar maakte ze niet af. Ik had geen discipline. Ik kon me niet concentreren. Ik koos de makkelijke weg.
Tweeënveertig jaar lang was ik het probleem.
Toen kwam de diagnose, en gebeurde er iets wat ik niet had verwacht. Het onderzoek beschrijft het zo droog dat je het bijna mist: patiënten ervaren "opluchting van het schuldgevoel ten aanzien van hun verleden". In één zin samengevat wat eigenlijk een aardverschuiving is.
Want het is niet dat de feiten veranderen. De twee niet afgemaakte studies bleven niet afgemaakt. De momenten waarop ik vluchtte voor wat spannend was, bleven momenten waarop ik vluchtte. Mijn dossier werd niet schoner.
Wat veranderde was de verklaring eronder.
Ineens was er een reden waarom droge stof niet bleef hangen terwijl ik wel snapte waar het over ging. Waarom ik in een groep binnen vijf minuten voelde wat er speelde maar een uur college niet kon volgen. Waarom ik kon doorbouwen tot diep in de nacht aan iets nieuws en geen vinger kreeg uitgestoken voor wat al stond.
Niet luiheid. Niet karakterzwakte. Een brein dat zo werkt.
Het onderzoek noemt diagnose ook "een sleutel om hun eigen identiteit te begrijpen". Dat klopt, maar het is nog wel preciezer dan dat. Het is niet dat je opeens weet wie je bent. Je wist al wie je was. Je herkent jezelf alleen voor het eerst zonder schaamte.
En dan komt het lastige deel, en daar zwijgt het onderzoek over. Want weten is één ding. Eraan handelen is iets anders. Ik wist sinds mijn 45e dat ik ADHD had. De eerste vier jaar heb ik er weinig mee gedaan. Ik liet het liggen. Ging weer in oude patronen. Pas in de laatste twee jaar ben ik er echt in gedoken. Pas dit jaar handel ik er werkelijk naar.
Vijf jaar tussen weten en bewegen. Vijf jaar waarin de schuld al weg had kunnen zijn maar dat nog niet was.
Dat is volgens mij waarom dat cijfer van 47 procent niet alleen gaat over hoe artsen omgaan met volwassenen met vermoedens van ADHD. Het gaat ook over wat er met je gebeurt nadat de diagnose er ligt. De diagnose is niet het einde van de zoektocht.
Het is het begin.
Voor de mensen die dit lezen en denken: ik denk dat ik dit ook heb, maar ik heb nooit een diagnose laten stellen. Laat je niet ontmoedigen door dat cijfer van 47 procent. Het traject is moeilijk, ja. Maar de opluchting aan de andere kant is geen kleinigheid. Die is echt.
En voor de mensen die de diagnose al hebben maar er nog weinig mee doen, zoals ik vier jaar lang: dat is geen falen. Dat hoort er waarschijnlijk gewoon bij. Maar ergens komt het moment dat je merkt dat weten niet genoeg meer is.
Dat moment kun je niet plannen. Maar als het er is, herken je het.
Bron: Le vécu du parcours diagnostique du trouble du déficit de l'attention avec ou sans hyperactivité (TDAH) chez les adultes, Annales Médico-Psychologiques, 2024.



Opmerkingen