Vier jaar lang deed ik niks met mijn diagnose
- Joost Oosterwijk

- 2 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
Een psycholoog uit Cambridgeshire heeft vijf studies naast elkaar gelegd over ADHD-content op TikTok. Tussen de 48 en 92 procent van de populairste video's klopt niet. Niet een beetje niet. Symptomen die ook bij andere stoornissen passen, termen die niet bestaan in het diagnoseboek, eigenschappen die op de helft van de mensheid van toepassing zijn.
En toch herkennen kinderen en jongvolwassenen zich erin. Massaal. In een van de onderzoeken stond 59,6 procent van de reacties in de trant van "dat ben ik". Slechts 3,4 procent was kritisch.
Wat me het meest trof in dit onderzoek is iets anders. Mensen die de meeste onjuiste informatie over ADHD hadden gezien, scoorden lager op kennis maar hoger op zelfvertrouwen over die kennis. Daar bestaat een naam voor: het Dunning-Kruger effect. Hoe minder je weet, hoe zekerder je ervan bent dat je het weet.
Dat is een serieus probleem. En precies daar gaat de blog over die ik niet wilde schrijven.
Want het is ook mijn verhaal.
Ik kreeg mijn diagnose op mijn 45e. Ik heb daar de eerste vier jaar niks mee gedaan. Pas op mijn 49e ben ik er echt in gedoken. En als ik eerlijk ben, weet ik nog precies waar het bij mij begon. Op social media. Instagram in dit geval. Ik zat in een lastige fase, was veel met mezelf bezig, en bleef langer hangen bij dingen die iets raakten. Eerst waren dat boeddhistische monniken met levenslessen. Het algoritme deed zijn werk. Na een tijdje kwamen er ADHD-video's tussen. Ik herkende mezelf en dacht: hier zit wat in.
Ik wist al jaren dat ik ADHD had. Mijn diagnose lag al die tijd in een la. Door die video's viel het kwartje. Voor hoe ik werkte, hoe ik koos, hoe relaties waren gelopen.
Herkenning was bij mij niet het probleem. Herkenning was de opstap.
Dus laat ik twee dingen tegelijk vasthouden.
Het ene. Het is een slecht idee om jezelf te diagnosticeren op basis van vijftien seconden video van een twintigjarige die in een hoodie zit en zegt dat ze altijd haar sleutels kwijt is. Vergeten waar je sleutels liggen is geen ADHD. Snel afgeleid zijn op een vrijdagmiddag is geen ADHD. Een keer impulsief een trui kopen is geen ADHD. Het zijn dingen die iedereen doet. Als je daarin alleen jezelf herkent en niet ook je collega's, je buurman en de hele rij voor je in de supermarkt, dan kijk je niet goed.
Het andere. Als je oprecht denkt dat er meer aan de hand is, dan is herkenning wel waar het begint. Bij mij begon het via een algoritme dat me dingen toonde die ik nodig had. Zonder die herkenning had ik die diagnose nog jaren in die la laten liggen. Was ik op mijn 51e nog steeds aan het denken dat ik gewoon "lui" was, of "anders gemotiveerd".
Het verschil zit niet in herkenning ja of nee. Het verschil zit in wat je doet met die herkenning.
Op social media stopt het vaak bij de herkenning. Je swipet door, je ziet de volgende video, je krijgt nog meer bevestiging, je verklaart wat je voelt en het algoritme stuurt je nog dieper een wereld in waar alles wat je doet kan worden uitgelegd als ADHD. Het Engelse onderzoek noemt dat een echo chamber. Ik herken dat.
Want zelfs als je een echte diagnose hebt, gebeurt iets soortgelijks. Ik heb vier jaar lang gedaan alsof mijn diagnose me iets verklaarde. En dan ben je klaar. Je weet het. Je hebt een label. Je hoeft niks meer te doen.
Pas toen ik begreep dat de diagnose pas het beginpunt was, kwam er beweging. Toen werd het werken. En dan bedoel ik werken op de manier waar je het meeste tegen opziet. Lange tentamens van mezelf afnemen waarop ik altijd zak. Voor mezelf opschrijven welke kant ik dreig op te vluchten als het spannend wordt. Eerlijk worden over wat ik kan en wat niet.
Dat is wat een TikTok-video, of een Instagram-reel, je niet geeft. Niet omdat het slechte mensen zijn die die video's maken. Maar omdat een diagnose, of een vermoeden, alleen waarde heeft als je er iets mee doet. Niet er meer over kijken. Niet er een identiteit van maken. Iets doen.
Wat ik vervelend vind aan dit soort onderzoeken is dat ze de schuld bij TikTok leggen. Of bij de jongeren. Of bij de algoritmes. Dat is gemakkelijk. Maar de echte vraag is: waarom is er zo'n grote groep mensen die zoekt naar herkenning? En waarom zijn ze pas tevreden als ze die op een schermpje vinden?
Daar zit volgens mij iets anders onder. Mensen voelen dat er iets niet klopt aan hoe ze door het leven gaan, en ze zoeken naar een verklaring. Soms vinden ze die in ADHD. Soms terecht. Soms niet. De diagnostiek loopt achter, de wachtlijsten zijn lang, en intussen blijven ze met dat gevoel zitten.
In dat licht is TikTok hooguit het symptoom.
De ADHD-diagnose op mijn 45e was niet het einde van mijn vragen. Op mijn 51e ben ik nog steeds bezig met wat het voor mij betekent. Dat is geen excuus. Dat is werk.
Vier jaar lang heb ik gedacht dat mijn diagnose iets verklaarde. Dat klopte niet. Ik kreeg een woord voor wat ik al wist. Niks meer. Pas toen ik dat woord opzij legde en aan het werk ging, kwam er beweging.
Onderzoekers blijven hangen bij de vraag of TikTok-content klopt. Logisch. Dat kun je tellen. Wat je niet kunt tellen is wat iemand met die herkenning doet. Of niks doet. Dat is de plek waar het echte werk begint, en dat is ook de plek waar de meeste mensen blijven staan. Ik weet het. Ik heb er vier jaar staan kijken.
Herkennen kost je niks. Wat erna komt wel.
Bron: Branigan, K. (2026). What is the quality of ADHD content on TikTok, and how might this affect self-diagnosis? Educational Psychology in Practice.

Opmerkingen