Talent is overschat
- Joost Oosterwijk

- 2 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
Ik heb jaren gehockeyd in Roden. Vanaf mijn zestiende tot mijn zesentwintigste in het eerste. De laatste jaren werd ik daar een bepalende speler. Scoorde veel, had invloed op het spel. In een kleiner team is dat makkelijk praten. Je bent één van de weinigen die dat niveau haalt, dus je krijgt vanzelf ruimte.
Toen werd ik gevraagd door een coach die ik kende bij een club in Groningen. Niveau hoger. Sterrenteam op papier. Van overal waren jongens aangetrokken, en ik zat er niet als uitblinker bij maar als één van de velen. De trainingen waren moordend. Iedereen had een mening, iedereen zat op het scherpst van de snede. Ik heb daar meer geleerd dan in alle jaren daarvoor bij elkaar.
We werden geen kampioen. Op papier hadden we dat met afstand moeten worden.
De reden was één speler. De beste van het team, waarschijnlijk van de hele competitie. Ongelooflijk handig, maakte de doelpunten, zette de toon. En dominant op een manier die niet uitpakte. Schold, gaf geen vertrouwen, voelde haarfijn aan wat iemand anders niet durfde en wreef dat erin. Voor mij werd het een soort stille vete. Hij had het waarschijnlijk niet eens door. Ik wel.
Het team draaide niet. Niet omdat het talent ontbrak. Omdat de balans ontbrak.
Een jaar later ging hij weg. Meer spelers gingen weg. Op papier werden we zwakker. En precies toen viel alles op z'n plek. Er was nog steeds karakter genoeg, maar geen enkele speler zoog het team leeg. Iedereen gaf elkaar vertrouwen. Op de momenten die ertoe deden ging het vanzelf goed.
Dat was de eerste keer dat ik echt begreep hoe een team werkt.
Je hebt verschillende types nodig, en je hebt ze allemaal nodig tegelijk. De creatieveling die iemand één tegen één uitspeelt en de pass ziet die er nog niet is. Die neemt risico in zijn proces. Het lukt vaker niet dan wel, en als het niet lukt loopt de tegenstander weg met de bal. Daarvoor heb je het 'cement tussen de stenen' nodig. De spelers die de problemen oplossen die door een ander veroorzaakt worden, zonder daar een oordeel over te hebben. Zij zien dat als hun taak. Die tandem tussen risico en opruimen is waar een team op draait.
Daarnaast heb je de laatste man. Overzicht, visie, lijnen uitzetten. Daaromheen de stofzuiger die mee verdedigt en mee opbouwt. Middenvelders die tussen verdedigen en aanvallen pendelen. En vooraan de spits. Die maakt af, neemt risico in het moment, op de plek waar iedereen kijkt. Alles op het randje.
De creatieveling en de spits zijn niet hetzelfde. Verschillende rollen, verschillende plek op het veld. Wat ze delen is iets anders. Allebei leggen ze zichzelf bloot. De creatieveling in zijn idee, de spits in zijn actie. Als het niet lukt, staan ze er alleen voor. Iedereen heeft het gezien.
Ik noem ze de randspelers. Niet omdat ze er minder toe doen, maar omdat ze op de rand opereren. Op de rand van wat klopt, wat kan, wat geloofwaardig is. En vaak ook aan de rand van wat normaal is binnen een team. Een coach denkt bij dat soort spelers vaak: dit wordt niks, die actie klopt niet, die keuze snap ik niet. En toch moet je ze laten staan. Je moet vertrouwen geven op momenten dat je het eigenlijk niet voelt. Want als je ze op de huid zit, of inruilt zodra een wedstrijd tegenzit, haal je het eruit wat je juist nodig hebt.
Als je ze laat, betalen ze zich uit op het moment dat het ertoe doet.
Datzelfde geldt buiten de sport. Bedrijven zijn teams. Afdelingen zijn teams. Projectgroepen zijn teams. Overal heb je de randspelers nodig, het cement tussen de stenen, de overzichtsmensen, de afmakers. Haal er één type uit en je krijgt een team dat op papier klopt en in de praktijk niet loopt. Zet er te veel van één type in en het gaat stuk aan zichzelf.
Ik herken mezelf in die randspelers. In creatieve processen, in het nemen van risico, in keuzes die voor anderen niet meteen logisch zijn. Dat is ook waarom ik deze blogs schrijf zoals ik ze schrijf. Kan raar overkomen, totdat het gaat werken. Wat ik nodig heb om goed te zijn is precies wat ik ook bij anderen heb gezien. Een coach, een leidinggevende, een opdrachtgever die vertrouwen geeft op het juiste moment. Die aanspoort op het juiste moment. Die structuur om me heen bouwt op het juiste moment. Niet te veel, niet te weinig. Dan ben ik op mijn best.
En omdat ik zelf dat type ben, herken ik het in anderen. Als coach had ik altijd de buitenbeentjes onder me. De spelers waar een andere coach niet mee uit de voeten kon. Die snapte ik wel. Die gaf ik ruimte. Die gaf ik tijd. Ze lieten bij mij zien wat ze ergens anders niet konden laten zien.
Dat is niet iets wat ik geleerd heb op een cursus. Dat is iets wat ik zie als ik een groep binnenloop. Hoe de lijnen lopen, wie welke rol draagt, waar de spanning zit, wat er ontbreekt.
Als je als werkgever een team bouwt dat op papier klopt maar in de praktijk niet loopt, ligt het bijna nooit aan talent. Het ligt aan balans. Ik zoek een plek waar die balans wordt begrepen, en waar iemand als ik onderdeel mag zijn van wat een team uittilt boven wat het op papier kan.



Opmerkingen